De nieuwe opslagplaats van het Rijksarchief in Bergen is op zijn minst ongewoon. Het werd immers gebouwd onder de tentoonstellingshal van de stad, op de site « Grands Prés ». Bij die weinig alledaagse keuze komt nog het overheersende wit en, voor het archiveren, de perfect rechtlijnige, oneindig lange gangen. Dit efficiënt werkinstrument is, ongetwijfeld, één van de mooiste archieven die op dit moment bestaan op het grondgebied van ons land.
De verhuizing van de archieven begon in november 2005. De leeszaal werd voor het publiek opengesteld in april 2006 en de officiële opening van het archief had plaats op 29 mei 2006.
De opslagplaats van het Rijksarchief, met een totale oppervlakte van 12 550 m2, werd dus gevestigd onder de vloerplaat van de tentoonstellingshal. Die ligging biedt onbetwistbare voordelen: afwezigheid van daglicht dat schadelijk is voor de bewaring van papier en inkt en afzondering die de veiligheid bij diefstal of brand ten goede komt.
De aanwending van blauwe steen en van roestvrij staal voor de bekleding van de gevels geeft aan het gebouw enigszins een sobere aanblik. De zuiverheid van de lijnen komt daardoor tot uiting en de kracht van zijn holheid wordt ermee in het licht gesteld.
De materialenkeuze versterkt het idee van eenvoud en klaarheid. De meeste binnenmuren zijn bepleisterd en in het wit geschilderd. De plafonds zijn in gelakt staal.
De bekleding van de vloeren met een stenentapijt op basis van kunsthars in donkergrijze kleur contrasteert met dat wit.
De leeszaal, die het levendig centrum van het archief vormt, werd behandeld met één kleur in verschillende tinten en aangepast aan twee verschillende functies.
Een eerste zaal werd ontworpen voor het onthaal van gewone lezers; de tweede zaal, die van de eerste gescheiden is door een glazen wand, is gereserveerd voor personen die documenten op microfilm raadplegen. De houten tafels zijn uitgerust met de hoogtechnologische voorzieningen die noodzakelijk zijn voor hun gebruik. De stoelen zijn aan de vloer bevestigd om beschadigingen te vermijden en de mooie kleurencompositie van de zaal te bewaren. Een ruim podium, uitgerust met een bedieningspaneel, maakt het mogelijk tegelijk in te staan voor het uitlenen en het terugnemen van de werken in specifieke zones. Door de glazen wand die de twee zalen scheidt, wordt bovendien de gelijktijdige bewaking ervan vergemakkelijkt.
Er werd niet alleen voorzien in opslagruimte, maar daarnaast ook in al de bijhorende ruimten die noodzakelijk zijn voor de goede werking van het complex: kantoren voor de archivarissen en het personeel, technische lokalen voor de verwerking en sortering van de archieven, een fotolaboratorium, een microfilmstudio, een boekbinderszaal, een zaal voor ontsmetting, een opslagplaats voor de dozen, een zaal met de te verwijderen documenten, een bibliotheek, een vergaderzaal, een tentoonstellingszaal, een cafetaria en een conciërgewoning.
De archieven worden opgeslagen in kasten die op rails kunnen verschoven worden, waardoor een maximaal rendement kan gehaald worden uit de opslagoppervlakte. De werken voor de plaatsing van het meubilair van het compact archief, hetzij ongeveer 35 kilometer verplaatsbare rekken (50 % van de opslagoppervlakte) dienden in twee fasen uitgevoerd te worden.
INPASSING VAN KUNST
Ter nagedachtenis van René Greisch, die slachtoffer werd van een hartaanval op de site in juni 2000 en enkele dagen later overleed, werd in het gebouw een kunstwerk ingepast. Het bestaat uit een geheel van wanden waarop in zeefdruk de eerste ideeën van die eminente ingenieur schetsmatig staan afgebeeld.
Door kunstenaar Jean Gilbert werd eveneens een kleurenstudie gemaakt die bedoeld is om tegelijk buitenruimten en binnenwanden tot hun recht te laten komen in het ganse complex.
TECHNISCHE KENMERKEN
Omwille van de waarde van de inhoud werd bijzondere aandacht besteed aan de brandbeveiliging en -voorkoming.
De aanwezigheid van elektriciteitskabels is tot een strikt minimum beperkt. In de magazijnen is geen enkele waterleiding, noch ventilatiekoker toegelaten.
Al de grote lokalen, leeszaal, tentoonstellingszaal, technische lokalen en archiefmagazijnen hebben een kunstmatige ventilatie.
De installatie wordt van op afstand gecontroleerd door een gecentraliseerd technisch beheer, dat bij pannes een alarm doorzendt naar het informaticalokaal en, telefonisch, naar de onderhoudsdiensten.
De vochtigheid van de archiefmagazijnen wordt nauwlettend gecontroleerd om een relatief constante vochtigheidsgraad van zowat 55 % te handhaven, die een betere bewaring van de papieren documenten waarborgt.
Het ganse complex is uitgerust met een installatie voor inbraakbeveiliging en een gecentraliseerde branddetectie. Op oordeelkundig gekozen plaatsen werden bewakingscamera’s en aanwezigheidsdetectoren geplaatst om elke binnendringing of poging tot inbraak op te sporen.
De verlichting van de magazijnen met doorlopende lichtstroken, loodrecht op het compact archief, zorgt permanent voor voldoende licht, ongeacht waar de verplaatsbare kasten staan.
Omwille van de brandbeveiliging wordt de verlichting van de opslagplaatsen automatisch gedoofd na vier uur gebruik.
Daarnaast kan met een signaalpaneel, geplaatst in het informaticalokaal, nagegaan worden welke magazijnen verlicht gebleven zijn en kan de verlichting van op afstand worden gedoofd.
Bovendien worden hiermee aanzienlijke energiebesparingen gerealiseerd.
TECHNISCHE FICHE
Bouwheer Stad Bergen
Afgevaardigd bouwheer en Leaser operator DEXIA
Eigenaar van de ondergrond en de omgeving Belgische Staat (domein beheerd door de Regie der Gebouwen)
Bureau voor Architectuur en Civieltechnische Werken Bureau d’Etudes Greisch s.a.
Coördinatiebureau en Project Manager SEMACO
Studiebureau voor speciale technieken TRACTEBEL
Controlebureau SECO
Akoestiekstudie Polytechnische Faculteit van Bergen
Follow-up Regie der Gebouwen (betrokken bij het ontwerp en de controle van de uitvoering van het project) Waalse buitendiensten I, Directie Henegouwen
Ondernemingen Ruwbouw en afwerking: Tijdelijke vereniging GALERE – BEMAT Compact archief: Vennootschap ALUPAR Meubilair en signalisatie: Vennootschap POTTEAU
Duur van de werken van december 1999 tot juni 2005.