In juni 2009 verhuisde het Rijksarchief naar de rue des Augustins in Doornik, op de site van de vroegere Castermandrukkerij. De Regie der Gebouwen huurt het gebouw van de stad en heeft haar technische ervaring ten dienste gesteld bij de studies en de financiering van de Compactusarchiefrekken evenals bij de afwerking van de werf.
De site ligt binnen het stedenbouwkundig geheel en de historische vestigingsplaats van de Drukkerij Casterman, midden de wijk Saint-Jacques, op twee stappen verwijderd van de Grote Markt.
Deze belangrijke plaats voor de Belgische drukkunst, en meer bepaald het beeldverhaal, bestaat uit een reeks gebouwen die over een periode van meer dan 100 jaar werden opgericht over een oppervlakte van zowat 13.500 m² omheen een klooster uit de 17de eeuw.
De stad Doornik in samenwerking met een private partner, het Waals Gewest en het Instituut voor het Waalse Patrimonium vormden de volledige site om tot een complex van woningen, openbare stadsruimtes en kantoren. Voortaan omvat ze ook een openbaar gebouw. Dit past volledig binnen het stedenbouwkundig beleid om aan deze historische stadskernwijk een gemengde architecturale, sociale en functionele bestemming te geven.
Het gebouw
Het gekozen gebouw dat uitgeeft op de rue des Augustins, was reeds volledig aangepast aan zijn nieuwe bestemming omdat het voorheen gedeeltelijk had gediend als papieropslagruimte en gedeeltelijk als productiewerkplaats. De draagkracht van de bestaande vloerplaten bedraagt 1,5 T/m² en de betonstructuur van het bouwwerk en de aanwezigheid van hoge ruimtes maakten het gebouw geschikt voor de inrichting van lokalen bestemd voor het publiek en het personeel van de instelling. De opslagcapaciteit van het gebouw kon onmiddellijk optimaal worden benut. Het gebouw beschikte ook over een loskade en een goederenlift met een aanzienlijke capaciteit.
Op deze plaats konden dus de voordelen van een ligging in het stadscentrum verzoend worden met een functie die volledig aangepast is aan een dergelijk behoefteprogramma.
Uiteindelijk heeft het vijf verdiepingen tellende gebouw een lineaire stockagecapaciteit van 12,8 km en beschikt het over een leeszaal, een tentoonstellingszaal en kantoren voor het personeel.
Het project
Het project bestaat uit twee afzonderlijke delen: het ene bestemd voor het publiek en het andere voor het beheer en opslaan van de archiefstukken. Het was noodzakelijk om beide entiteiten van elkaar af te scheiden. Zo kan men enerzijds de documenten optimaal bewaren en anderzijds kan het publiek de documenten en naslagwerken in de beste omstandigheden raadplegen in een aangename ruimte.
Er werd een speciale ingang gemaakt aan de voorgevel; dit is de enige belangrijke architecturale ingreep die deze gevel onderging. Omwille van het uitgesproken karakter en de architecturale kwaliteit van het gebouw respecteerde de architecten immers zoveel mogelijk de eigenheid van het gebouw. De moeilijkheid bij het tot stand brengen van deze nieuwe ingang was het aanzienlijke niveauverschil tussen de straat en de gelijkvloerse verdieping van het gebouw (± 1,20 m). Bij de ingang werd een gemotoriseerde overgangszone ingericht voor personen met een beperkte mobiliteit. Alle ruimtes van het gebouw, zowel de openbare als de functionele, zijn voor hen toegankelijk. De onthaaldesk vormt de scheiding tussen de ontspanningsruimte aan de ingang en de leeszaal die profiteert van de grote hoogte van de vroegere productieruimte. Het publiek ontdekt er een lichte patio op twee niveaus waar de leestafels zijn opgesteld. Op de verdieping, of de mezzanine, zijn de kantoren van het personeel gelegen langs een galerij die uitgeeft op de leeszaal.
De decoratie
Witte wanden brengen de documenten en de reproducties van de ten toon te stellen historische afbeeldingen tot leven. De vloer uit donkere keramiek en het houten parket, het massief eiken hedendaags meubilair, de aluminium ramen met hoge energieprestatie, het overvloedig natuurlijk licht en de verschillende kunstlichtbronnen scheppen een serene en lichte sfeer waarin de documenten geraadpleegd kunnen worden.
Enkele decoratieve elementen herinneren ons aan de geschiedenis van de site. De twee verlichtingstoestellen in de inkomhal die ontworpen zijn door de architect, brengen de letterkasten opnieuw tot leven. Deze technische en decoratieve elementen worden aldus discrete symbolen van het verleden van de site.
TECHNISCH CONCEPT
De bescherming van de documenten die in het gebouw bewaard worden, vormde het grootste probleem waarvoor op het vlak van de bijzondere technieken voor een dergelijk gebouw een oplossing moest worden gevonden. De luchtvochtigheid, de temperatuur en de aanwezigheid van natuurlijk licht moesten perfect beheerst worden om optimale bewaaromstandigheden te creëren.
Op het vlak van de temperatuur en de luchtvochtigheid werd hiertoe een algemeen klimaatregelingssysteem in het gebouw geïnstalleerd om het behoud van de vereiste temperatuur en vochtigheidsgraad te garanderen. Wat het beheer van het natuurlijk licht betreft beschikte de bestaande gevel over grote glaspartijen die, indien ze gedeeltelijk dichtgemaakt zouden worden, het architecturaal karakter van dit historisch waardevol gebouw zwaar zouden hebben aangetast. Er werd daarvoor een oplossing gevonden door ondoorschijnend glas te gebruiken en enkel doorzichtig glas te behouden op de bovenste gedeeltes van de ramen. Het deel waardoor het natuurlijk licht kan binnenvallen, wordt aldus erg beperkt voor de opslagzones maar de gevel behoudt toch het karakter van de oorspronkelijke gevel.
De kunstverlichting wordt bekomen door verschillende lichtbronnen die echter alle lage verbruikstechnologieën in toepassing brengen.
Het gebouw is bijzonder goed geïsoleerd om het warmteverlies zo veel mogelijk te beperken.
TUSSENKOMST VAN DE REGIE DER GEBOUWEN
De Regie der Gebouwen stelde haar technische ervaring ten dienste tijdens de afwerkingsfase van het project. Ze was eveneens betrokken bij de studies en de installatie van de mobiele opbergrekken (systeem Compactus®), van de elektrische zuilen en bewakingscamera’s, de voorlopige oplevering van het gebouw, de plaatsbeschrijvingen van in- en uitgang na de plaatsing van de mobiele opbergrekken evenals de opvolging van de opmerkingen die geformuleerd werden bij de voorlopige oplevering.
FINANCIELE CONSTRUCTIE
Dit project kwam tot stand dankzij een complexe financiële constructie.
De subsidies van het Waals Gewest in het kader van SAED (sites d’activité économique désaffectés), Feder (doelstelling 1- Phasing Out) en de alternatieve financiering van het Waalse Gewest (Sowafinal) bedragen 815.000 euro. De Stad Doornik komt tussen voor een bedrag van 2.225.000 euro. De Regie der Gebouwen huurt het gebouw voor een jaarlijks bedrag van 225.270,54 euro.
TECHNISCHE FICHE
Eigenaar: Stad Doornik
Opdrachtgever: Stad Doornik
Gebruiker: Rijksarchief
Studies Architectuur: Atelier 2F Bijzondere technieken : T.P.F. Stabiliteit: Marc Rorive Compactus®: Regie der Gebouwen
Aannemers Ruwbouw en afwerking: Detrac n.v. Elektriciteit: T.E.I. HVAC: C.F.A. n.v. Lift: Thyssen Krupp Veiligheidscoördinatie: Stad Doornik Compactus®: Bajart n.v.
Kostprijs van de compactus: 520 703,98 euro
Bruto-oppervlakte: 769,68 m² kantoorruimtes en 1.472,42 m² archiefdepots en ateliers, zijnde 2.242,10 m² + 2 binnenparkeerplaatsen