Van 2003 tot 2007 voerde de Regie der Gebouwen restauratiewerken uit in de spektakelzaal van de Koninklijke Muntschouwburg te Brussel. Deze belangrijke restauratiecampagne werd over vijf jaar gespreid om de programmering van het operaseizoen niet in het gedrang te brengen. Er werd telkens tijdens de vakantiemaanden juli en augustus gewerkt. In 2003 werd de Koninklijke Loge en de loge van de Stad Brussel gerestaureerd. In 2004 volgde de restauratie van de scèneboog. Het eerste en tweede balkon werd in 2005 aangepakt; het derde en vierde balkon volgde in 2006. De restauratiecampagne werd beëindigd in 2007 met de restauratie van de kroonlijst en de pendentieven.
Tijdens de restauratiewerken werden oude technieken gebruikt zoals carton-pierre en dorure à l’effet.
In 2007 werden ook 70 gemotoriseerde toneeltrekken in de machinekamer boven de toneeltoren vervangen. Deze trekken zorgen voor het tijdig en veilig verplaatsen van de decorstukken en de bediening van het toneelgordijn.
De Koninklijke Muntschouwburg te Brussel kende een bewogen geschiedenis. Het eerste ‘Grand théâtre de la Monnaie’ werd geopend in 1700. In 1819 werd het echter afgebroken en hersteld op de huidige plaats door de Franse architect Louis-Emmanuel Aimé-Damesne. Maar bij een felle brand op 21 januari 1855 ging het gebouw volledig in as op. Alleen de vier buitenmuren bleven overeind. Gelukkig werd de Muntschouwburg zeer snel heropgebouwd. Joseph Poelaert stond in voor het ontwerp van het nieuwe gebouw én de volledige binnendecoratie. In 1856 opende de nieuwe Muntschouwburg zijn deuren.
De meest recente grote verbouwing dateert van 1985 waarbij de toneeltoren volledig verbouwd werd en het gebouw werd uitgebreid met een bovenvolume. Tijdens deze laatste renovatiecampagne werden de foyer noch de spektakelzaak gerestaureerd.
De laatste interventie gebeurde naar aanleiding van ‘Brussel, Europese cultuurstad van het jaar 2000’. Hierbij werd de originele koepelbeschildering uit 1887 (op doek) gerestaureerd en heraangebracht op het koepelgewelf.
Alvorens de eigenlijke restauratiewerken aan te vatten werd een historisch en materiaaltechnisch onderzoek gevoerd. De verschillende afwerkingslagen werden geanalyseerd. De gegevens die hieruit voortvloeiden werden gekoppeld aan de informatie verkregen uit de archieven en het iconografisch bronnenmateriaal.
Uit dit onderzoek, alsook uit de vorige restauratiecampagnes, blijkt dat de schouwburgzaal haar oorspronkelijke kleurenpalet in belangrijke mate heeft bewaard. Het globale 19de-eeuwse karakter van de zaal is nauwelijks gewijzigd. Tijdens de vele restauratie en reparaties die gedurende meer dan een eeuw plaatsvonden, werden echter vaak goedkope en minderwaardige materialen gebruikt. Op talrijke plaatsen was bijvoorbeeld het oorspronkelijke bladgoud aangevuld of vervangen door goedkopere bronzines (bronspoeders opgelost in olieverf). Daarnaast bleek uit onderzoek voor de eerste fase dat de marmerschilderingen op hout gedeeltelijk of volledig overschilderd waren. Bovendien waren een aantal met dieptewerking geschilderde decoratieve elementen volledig egaal overschilderd.
STRATEGIE VAN DE RESTAURATIE
Het historisch en stratigrafisch onderzoek toonde aan dat het onmogelijk was om de spektakelzaal in haar ‘originele’ staat terug te brengen. Tijdens de restauratiecampagnes op het einde van de 19de eeuw waren er veel te veel aanpassingen gebeurt. Daarom werd beslist om op een verantwoorde wijze en rekening houdend met artistieke bekommernissen op weloverwogen plaatsen de onderliggende lagen vrij te leggen of te reconstrueren. Hiervoor is beroep gedaan op de originele en oude technieken zoals carton-pierre en dorure à l’effet. De zo getrouw mogelijke toepassing van de oude technieken vormde immers de beste garantie voor technisch en artistieke kwaliteit.
CARTON-PIERRE EN DORURE À L’EFFET
Carton-pierre wordt samengesteld op basis van dierenhuidlijm en krijt, eventueel aangevuld met papierpulp. Vooral de lichtheid, de sterkte, de geschiktheid voor een houten drager en de mogelijkheid tot fijne detaillering bieden grote voordelen. Het vergt wel de nodige tijd om te verharden en een grote bekwaamheid van de uitvoerder. Deze originele techniek werd in 2004 succesvol op grote schaal toegepast bij de restauratie van de scèneboog.
Daarnaast ging er grote aandacht uit naar de techniek van het ‘dorure à l’effet’. Talrijke bladwerkmotieven in de zaal zijn opgehoogd met deze techniek die zorgt voor een levendig en contrastrijk effect in de zaal. De elementen worden niet volledig verguld maar er worden als het ware lichttoetsen op ‘geschilderd’ met bladgoud op een gekleurde egale ondergrond. Ook deze techniek werd in 2004 op grote schaal toegepast.
Deze oude technieken waren niet meer gekend. Daarom voerde de dienst Restauratie van de Regie der Gebouwen zelf een groot aantal praktische proeven om deze zeer moeilijke technieken onder de knie te krijgen. De restaurateurs werden daarna opgeleid om deze technieken toe te kunnen passen.
VERVANGING GEMOTORISEERDE TREKKEN
Tijdens de zomermaanden van 2007 werden 70 toneeltrekken vervangen en een bijkomende buistrek geplaatst. Deze elektromechanische werktuigen zijn essentieel voor het veilig en snel vervangen van de decorstukken en de bediening van het toneelgordijn.
De snelheid waarmee een decorstuk kan worden gewisseld is verhoogd van 1,2 naar maximaal 1,5 meter/seconden. De trekken kunnen tussen de 250 kg en 500 kg belasting dragen. Een enkele buistrek heeft een hefvermogen van 750 kg.
RESTAURATIE VAN DE KROONLIJST EN DE PENDENTIEVEN (ZOMER 2007)
De kroonlijst en de pendentieven werden tijdens de maanden juli en augustus 2007 gerestaureerd. Bij de restauratie van de sierlijst met lauriermotief op de kroonlijst werd gebruik gemaakt van zowel carton-pierre en dorure à l’effet. Carton-pierre werd gebruikt voor de vervanging en/of opvulling van de beschadigde gedeelten, dorure à l’effet werd gebruikt om terug de oorspronkelijk kleurtoets aan de kroonlijst te geven. Dankzij deze technieken zijn alle details veel zichtbaarder, contrastrijker en wordt het licht veel meer weerkaatst.
Daarnaast werden ook de decoratieve patronen op het eerste balkon en op de pendentieven gereconstrueerd. De patronen met grafisch motief imiteren een rijke stofbekleding. Deze decoratieve, met bladgoud opgehoogde patronen verwijzen naar de oorspronkelijke kostbare stofbekledingen van de spektakelzaal, zoals brokaten, zijdebehang, …
RESTAURATIE VAN HET DERDE EN VIERDE BALKON EN DE PSEUDOLOGES(ZOMER 2006)
Het doek onder de kroonlijst is geschilderd met lijmverf en dateert uit de periode van Poelaert (zie historiek). Later werd het opgesmukt met bloemenranken in impressionistische stijl.
De ontbrekende fragmenten van het derde balkon, de onderste lijst van het vierde belkon, de bovenste delen van de pseudo-loges en de palmbladvormige steunconsoles van de kroonlijst gerestaureerd met carton-pierre. Voor de herstelling van de verguldingen werd bladgoud gebruikt zoals dat ook oorspronkelijk in de zaal werd toegepast, en afgewerkt met de techniek van dorure à l’effet. Het nieuwe bladgoud werd harmonieus in de zaal geïntegreerd dankzij een zorgvuldige patineren.
RESTAURATIE VAN HET EERSTE EN TWEEDE BALKON (ZOMER 2005)
In de derde fase van de restauratiecampagne werden het eerste en tweede balkon van de schouwburgzaal gerestaureerd. Hierbij is geopteerd om sommige niet-originele elementen te bewaren. Zo werd de stoffering in de nissen op het tweede balkon bewaard alsook de blauwe kleurstelling van de cartouches met namen van componisten op het eerste balkon. De meeste lagen met bronzineverven (bronspoeders opgelost in olieverf) van voldoende kwaliteit zijn bewaard ondanks hun minderwaardig karakter. Een algemene vernieuwing zou het mooie en karaktervolle patina van de zaal te veel verstoren. Slechts op enkele beschadigde plaatsen werd nieuw bladgoud aangebracht dat gepatineerd werd om het harmonieus te integreren in de zaal.
De meeste afwerkingslagen werden gereinigd met een neutraal detergent (zuurtegraad 7ph). Uit de vorige restauratieprojecten was immers gebleken dat dit de vergulde delen een mooie glans gaf en de geschilderde delen licht en intens deed ogen. De drie schilderijen met engelenfiguren op het tweede balkon werden na de nodige testen gereinigd met white-spirit.
Waar de schade te groot was werden de decoratieve elementen gerestaureerd met behulp van de originele technieken en materialen. Vooral het eerste balkon was zwaar beschadigd. Van de puttifiguren ontbraken armen en instrumenten en de meeste hoofden waren meermaals verschoven na beschadiging. Ook de bovenste band van het eerste balkon is bijzonder zwaar toegetakeld en op vele plaatsen hersteld met kwaliteitsloze opvulstukken in papier-maché. Alle ontbrekende elementen werden hersteld in carton-pierre.
De onderste schutting en het front van het eerste balkon werden opnieuw geschilderd op basis van de kleurstelling van de onderliggende lagen, die na onderzoek tevoorschijn kwamen. De verschillende faux marmer schilderingen in de zaal werden in de loop van de tijd hernomen. De onderste boord werd opnieuw in een ‘vert de mer’ marmer geschilderd. De faux marmer schilderingen van de onderste zuilen van de loges op het tweede balkon werden ook op kundige wijze hernieuwd.
RESTAURATIE VAN DE SCÈNEBOOG (ZOMER 2004)
In de zomer van 2004 kwam de scèneboog aan bod. De belangrijkste restauratie was die van de sierlijst met laurierbladwerk in bladgoud. Deze lijst heeft meer geleden onder de tand des tijds, in het bijzonder bij de opbouw van de operadecors. Bovendien bleek dat de huidige vergulding niet origineel was. Oorspronkelijk had ze een groene onderkleur opgehoogd met goudtoetsen, die we ook terugvinden op andere elementen in de zaal.
De boog bestaat echter uit verschillende lijsten die op een houten draagstructuur bevestigd zijn: de lijst met in reliëf uitgewerkt laurierbladwerk in carton-pierre, een lijst uit een gemaroufleerd doek beschilderd met arabeskenfiguren en een metalen plaat met een decoratieve beschildering, die vermoedelijk later werd aangebracht. Rondom de scèneboog zijn verschillende schelpmotieven en een centrale cartouche met SPQB-inscriptie (Senatus PopulusQue Bruxellensis) aangebracht, eveneens in carton-pierre.
De scèneboog werd eerst gereinigd met een neutraal detergent (zuurgraad van 7ph) en zorgvuldig nagespoeld. Vervolgens vonden op systematische wijze kleinere retouches plaats: verf op een onderlaag van paraloid en bladgoud op mixtion, een olieverbinding. Paraloid, een tussenlaag tussen de originele ondergrond en de nieuwe verflaag, verhindert de inwerking van nieuwe verflagen op de originele ondergrond.
Ook de beschilderde stalen plaat en de gemaroufleerde doeken werden daar waar nodig bijgewerkt. Indien bepaalde delen niet meer gered konden worden, dan werd het doek vernieuwd op basis van het oorspronkelijk model. De vergulde houten moulures werden geretoucheerd met goudpoeder of bladgoud.
Alleen op plaatsen waar de schade aan het origineel erg groot was, werd geopteerd om over te gaan tot een reconstructie.
De sierlijst in carton-pierre werd hersteld en teruggebracht in haar oorspronkelijke kleurstelling. Aan de hand van oude recepten en met de hulp van enkele specialisten, werd getracht het originele materiaal terug samen te stellen en toe te passen in de afdrukmallen. Hiertoe werden meerdere experimenten ondernomen in de ateliers van de Muntschouwburg.
IN DE MUNTSCHOUWBURG WERD VOOR DE EERSTE KEER OP GROTE SCHAAL DEZE OUDE TECHNIEK VAN CARTON-PIERRE TOEGEPAST VOOR EEN RESTAURATIEPROJECT.
RESTAURATIE VAN DE LOGES VAN DE AVANT-SCÈNE (ZOMER 2003)
Tijdens de zomermaanden van 2003 werden de loges van de avant-scène in de Koninklijke Muntschouwburg gerestaureerd.
Er werd besloten om de schilderingen en het bladgoud niet te hernieuwen. De bestaande afwerkingslagen werden zoveel mogelijk behouden en gereinigd om aldus het oude karakter te respecteren. Het was hierbij vooral de bedoeling om het mooie patina dat in de zaal heerst, te behouden. Zo werd ondermeer besloten om de ‘goedkopere’ bronzineverven te bewaren en niet te vervangen door nieuw bladgoud. Dat zou immers te fel contrasteren met de rest van de zaal.
De bestaande elementen in carton-pierre werden aangevuld op basis van mallen die werden genomen op niet beschadigde delen. Verder werd het geheel voorzichtig gereinigd met ossengal dat het vuil oplost, maar de verf-, vernis- en goudlagen niet aantast. De geschilderde ornamenten kregen opnieuw een frisse kleur terwijl de goudlagen hun glans terugvonden. Eventuele lacunes in de goudlagen werden opgevuld met bladgoud of goudpoeder in was. De hiaten in de schilderingen werden met reversibele verflagen bijgewerkt.
BESCHERMING
De Koninklijke Muntschouwburg is sinds 14 september 2000 beschermd als monument.
FINANCIEN
De restauratiewerken van de spektakelzaal werden gerealiseerd dankzij de steun van de Nationale Loterij.
COLLOQUIUM “OUDE RUIMTEN VOOR NIEUWE STEMMEN”
Op donderdag 7 en vrijdag 8 september 2006 werd een colloquium georganiseerd over de restauratiewerken en aanverwante restauraties in Belgische en buitenlandse opera- en theaterhuizen. Het colloquium was gespreid over twee dagen en had als doel Belgische en buitenlandse specialisten bij elkaar te brengen opdat ze hun ideeën, hun ervaringen en opinies over de renovatie, de modernisatie en de restauratie van theater- en operagebouwen konden uitwisselen.
Twee grote thema’s kwamen aan bod; enerzijds de technieken en de strategieën voor de restauratie van dit specifieke patrimonium en anderzijds de esthetische en functionele uitdagingen die zich voordoen wanneer moderne architectuurelementen dienen te worden geïntegreerd. Deze twee thema’s kunnen niet los gezien worden van het eigen, «prestigieuze» karakter van de opera, haar binding met de stad en de aantrekkingskracht die ze uitoefent op het publiek. Ook de problematiek van de akoestiek, de belichting, de luchtverversing en de veiligheid verdienen alle aandacht.
De sprekers en het publiek, voornamelijk samengesteld uit architecten, kunsthistorici, restaurateurs en vertegenwoordigers van de verschillende overheden bevoegd voor monumentenzorg, apprecieerden dit waardevolle initiatief.