een aantal vloertegels werden uitgenomen en terug vastgelegd
De inrichting en het bemeubelen van het gebouw gebeurde door de Federale Overheidsdienst Justitie.
ARCHITECTUUR
Het hoofdgebouw van het herenhuis is opgebouwd uit baksteen met een leien schilddak. De steekboogramen met uitspringende sluitsteen ritmeren de voorgevel door hun wit beschilderd gecementeerde vlakke hardstenen omlijsting. Een dubbelvleugeldeur met fraai traliewerk verleent toegang tot het gebouw.
Boven de ingang bevindt zich een ontdubbeld raam, tussen balustrades van een pseudo-balkon. Dit volume wordt bekroond door een fronton geflankeerd door krulvormige vlakken. In het boogveld duidt een geschilderde wijzerplaat 10u09 aan: een reeds in de 19de eeuw verspreide klassieke stand van de wijzers van een uurwerk om louter esthetische redenen.
Dakkapellen onder een driehoekig fronton, ook hier geflankeerd door decoratieve krulvormige vlakken, verlichten de zolderruimte. Een beschilderde geometrische kroonlijst met stijltjes accentueert de borstwering. De hoeken van de gevel zijn met een kwartcirkel afgerond. Brede wit beschilderde stroken, alsook een geprofileerde hardstenen druiplijst en raamdorpels geven de gevelordonnantie qua geleding een nadrukkelijk horizontalisme. Uiteindelijk verlenen deze stroken een zekere monumentaliteit en burgerlijkheid aan de gevel. Het bordes bestaat uit hardsteen.
De kleine zijvleugel bestond oorspronkelijk uit een kleine aanbouw onder een half schilddak. In 1910 werden er twee verdiepingen aan toegevoegd alsook een serre (oranjerie). In 1931 werd de zijvleugel na verbouwing uitgebreid naar voren toe, waardoor op de eerste verdieping een dakterras ontstond.
HISTORIEK
De voormalige villa ‘van de Weyer’ werd opgericht in een eclectische stijl tussen 1872 en 1875.
Op 7 mei 1877 werd Charles van de Weyer alleen eigenaar van de molen en de pas gebouwde villa. Laatste bewoonster was juffrouw Marie-Thérèse van de Weyer, een kleindochter van Charles van de Weyer. Zij verkocht in 1973 het ganse domein aan de toenmalige provincie Brabant.
Vanaf 19 december 1976 werden de bestuursvergaderingen van de Geschied- en Heemkundige Kring van Landen gehouden in de villa. De zolder werd er met heemkundig materiaal gestoffeerd. Op 2 mei 1985 werd het secretariaat van deze Kring, bibliotheek incluis, ondergebracht in het herenhuis om vervolgens eind 1988 te worden overgebracht naar het molenhuis. Op 6 september 1985 werd het domein officieel ingehuldigd en het gerestaureerde molencomplex opengesteld als “Provinciaal Trefcentrum Rufferdinge”. Daarna stond villa ‘van de Weyer’ jarenlang leeg.
Op 17 juni 2000 werd het riante herenhuis eindelijk weer opengesteld voor het publiek na een respectvolle renovatie door de provincie Vlaams-Brabant. Het herenhuis beschikte over heel wat ruimten, waardoor Rufferdinge zich toen maximaal lenen tot een complex voor cultuur, toerisme en educatie, geplaatst in zijn regionale context.
TECHNISCHE GEGEVENS
- Eigenaar – Projectleiding, coördinatie en toezicht van de werken:
Regie der Gebouwen, Directie Vlaams-Brabant - Bezetter van het gebouw :
Fod Justitie, Zetel Landen van het Vredegerecht Kanton Landen-Zoutleeuw - Nuttige vloeroppervlakte:
+/- 369,66 m² - Bouwjaar villa ‘van de Weyer’:
tussen 1872 en 1875
BIBLIOGRAFIE
Het vredegerecht van Landen, Regie der Gebouwen, Persdienst, Brussel, Maart 2002.