TERVUREN - Koninklijk Museum voor Midden-Afrika
In 2010 viert het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA) haar 100ste verjaardag. Om deze verjaardag in stijl te vieren werd beslist om het museum een grondige opknapbeurt te geven. Het KMMA werkt hiervoor in samenwerking met de Regie der Gebouwen, die verantwoordelijk is voor de gebouwen van het museum.De multidisciplinaire tijdelijke vereniging Stéphane Beel Architecten + Origin Architecture and Engineering + Niek Kortekaas + Michel Desvigne + Arup NL + BB + RCR + Daidalos werd aangesteld voor het opstellen van een Masterplan voor de Museumsite evenals voor het opmaken van de studie voor de algemene restauratie, renovatie en herinrichting van het Museumgebouw. Geïnteresseerden kunnen in het KMMA een schitterende maquette ontdekken evenals meer informatie ontvangen over het renovatieproject. De informatiestand bevindt zich in de inkomhal van het museum (parkzijde) en is open van 10.00 tot 17.00 uur (dinsdag – vrijdag) en van 10.00 tot 18.00 uur (zaterdag en zondag). Historiek Ligging en stijl Restauratie, renovatie en uitbreiding museum De koepel De restauratie van de koepel Onderhoud van het park Consolidatie van de archeologische site (hertogelijk kasteel van Tervuren) Restauratie beeldengroep ‘Après le combat’ Restauratie standbeeld Claudius civilus Cafetaria ‘aan de bootjes Technische fiches Publicatie
HistoriekKoning Leopold II, Tervuren en Kongo zijn drie begrippen die in de loop der jaren onlosmakelijk met elkaar vervlochten zijn. In 1897 was Brussel het decor voor de Wereldtentoonstelling van dat jaar. Door de gehechtheid van Leopold II aan zijn Afrikaanse kolonie, kon deze op de tentoonstelling niet ontbreken. Hij koos het Warandepark als locatie voor een Koloniale Tentoonstelling. Leopold II liet het prachtige Koloniënpaleis bouwen door Albert-Philippe Aldrophe en trok een laan dwars door het Zoniënwoud om de toegankelijkheid te verbeteren. Het geheel werd opgeluisterd met tijdelijke Afrikaanse dorpen, om een zekere authenticiteit aan het geheel te geven. De Koloniale Tentoonstelling was een overdonderend succes. Er werd beslist om de tentoonstelling om te vormen tot een permanent museum én een wetenschappelijke instelling. ‘Le musée du Congo’ was geboren. Door de vlugge aangroei van de collecties was de voorhanden infrastructuur al gauw onvoldoende. Er werden plannen opgesteld voor een nieuw museum. Dit werd bij Koninklijk Decreet van 3 december 1902 vastgelegd. Oorspronkelijk was het de bedoeling om het geheel een mondiaal tintje te geven, maar die plannen werden al vlug afgeschreven. De Koning, die een zwak had voor imposante architecturale gebouwen, engageerde de architect Charles Girault op basis van zijn voorgaande project ‘Le Petit Palais’ te Parijs. De werken voor het ‘Kleine Paleis’ te Tervuren werden in 1905 aangevat en reeds in 1908 voltooid. Leopold II opende zelf zijn grote project niet. Hij stierf voor de officiële opening. Deze vond pas op 30 april 1910 in aanwezigheid van Koning Albert I plaats. Met de befaamde Koninklijke Schenking van 1900 werd de site Tervuren aan de Belgische Staat geschonken. Hierdoor werd de Regie der Gebouwen bij haar oprichting in 1971 verantwoordelijk voor de gebouwen. Door de onafhankelijkheid van Kongo veranderde ‘Le musée’ van naam. Voortaan spreekt men van het ‘Koninklijke Museum voor Midden-Afrika’. Top
Ligging en stijl Leopold II had een voorliefde voor grootse, monumentale gebouwen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het hele Warandepark doet denken aan Versailles. Groot is het in ieder geval: de site bestaat uit 5 bouwwerken en het Warandepark is 207 ha. groot. Centraal ligt het hoofdgebouw waar de permanente tentoonstelling gevestigd is. Aan de rechterzijde van het hoofdgebouw werd het Directiepaviljoen opgetrokken. Aan linkerzijde wordt het hoofdgebouw geflankeerd door het Stanleypaviljoen dat de bewaarplaats is van het volledige Stanley-archief. De site wordt vervolledigd door het Koloniënpaleis, gelegen aan het einde van de Tervurenlaan en het CAPA-gebouw dat zich aan het einde van de Leuvensesteenweg bevindt. Het Koloniënpaleis werd opgetrokken in Lodewijk XVIde-stijl en was in de jaren 1980 reeds het onderwerp van restauratiewerken. Het hoofdgebouw van Girault is een imposant stukje architectuur in neoklassieke stijl. Aan parkzijde is er een monumentale trap die leidt naar een prestigieuze rotonde met een 28 m hoge glazen koepel. Het hele gebouw is versierd met mooie ornamenten en details (zo bijvoorbeeld het symbool van Leopold II, de dubbele L). Rond het gebouw ligt een uitgestrekt park met grote vijvers en de Franse Tuinen van Elie Lainé. Deze prachtige tuinen bestaan uit harmonische patronen van bloemenperken, grasvelden en wandelpaden opgeluisterd met sculpturen, vijvers en fonteinen. Top
Restauratie, renovatie en uitbreiding museum Omdat de site deel uitmaakt van ons kunstpatrimonium moet ervoor gezorgd worden dat deze behouden blijft voor de toekomstige generaties. De federale Regie der Gebouwen stelde de multidisciplinaire tijdelijke vereniging Stéphane Beel Architecten + Origin Architecture and Engineering + Niek Kortekaas + Michel Devisgne + Arup NL + BB + RCR + Daidalos aan. Dit team staat in voor het moderniseren, restaureren en aanpassen van de infrastructuur, meer bepaald het museumgebouw. Zij stelden ook een een Masterplan (een langetermijnvisie) voor de omgeving van het museum. In deze tijdelijke vereniging brengt elke partner zijn specialiteit in: architectuur (Stéphane Beel Architecten), restauratie (Origin Architecture & Engineering), scenografie (Niek Kortekaas), landschapsontwerp (Michel Desvigne Paysagiste), ingenieur stabiliteit (Arup), ingenieur technieken (studiebureau RCR), ingenieur akoestiek & bouwfysica (Daidalos Peutz), projectmanagement (BureauBouwtechniek). Op 14 juni 2010 werd de stedenbouwkundige vergunning ingediend voor de renovatie en de uitbreiding van het KMMA. In een eerste fase zal een nieuw onthaalpaviljoen en ondergrondse tentoonstellingsgalerij worden gebouwd. Later volgt de renovatie en restauratie van het museumgebouw. Het onthaalpaviljoen wordt beperkt tot een gelijkvloers en één verdieping zodat het harmonieus geïntegreerd wordt in de groene omgeving. Het paviljoen zal niet hoger zijn dan het bestaande museumgebouw en wordt aan de straatkant afgeboord door een rij bomen. Het restaurant / cafetaria op de eerste verdieping zal een mooi zicht bieden op het omliggende park. Het paviljoen wordt via een ondergrondse tentoonstellingsgalerij verbonden met het museumgebouw. In deze galerij worden twee tentoonstellingszalen voorzien en een flexibele ruimte die omgevormd kan worden tot tentoonstellingszaal of auditorium. De drie zalen kunnen tot één grote ruimte worden getransformeerd. Het doel is om begin 2011 te starten met de bouw van het inkompaviljoen. Deze werken zullen zo’n 2 jaar in beslag nemen. De restauratie, renovatie en herinrichting van het bestaande museumgebouw wordt begin 2013 opgestart en zal eveneens zo’n twee jaar in beslag nemen. Dankzij de restauratie- en renovatie zal het museum aangepast zijn aan de noden en behoeften van de 21ste eeuw. Een vernieuwd museum wordt gecreëerd met optimale publieksvoorzieningen; kortom een zeer dynamisch, aangepast en aantrekkelijk museum van wereldformaat. Top
De koepel De koepel van de KMMA is van uitzonderlijke bouwhistorische en -technische kwaliteit. In zijn (bijna) honderdjarige bestaan, vergde hij slechts heel weinig onderhoud. Dit heeft hoogstwaarschijnlijk te maken met de kwalitatieve materiaalkeuze en de uitvoeringswijze. Zo is de koepel immers bekleed met natuurleien en lood, terwijl de rest van het gebouw bedekt is met zink dat minder duurzaam blijkt. Het geheel bestaat uit acht valse ribben gemaakt uit loden motieven. De motieven zijn vooral geïnspireerd op de natuur. De ribben worden visueel verbonden met de opperste balustrade die eveneens volledig uit lood bestaat. Hierachter schittert de glazen koepel, die de ruimte die het afsluit vult met natuurlijk licht. Het natuurlijke licht geeft het gebouw een aangename openheid. Het ontwerp van de koepel werd gebaseerd op eerdere projecten van architect Girault, voornamelijk zijn ‘Petit Palais’ te Parijs. Een groot verschil tussen Tervuren en Parijs betreft de gebruikte materialen. In Parijs koos men voor het minder duurzame zink, terwijl in Tervuren grotendeels lood werd gebruikt. Een keuze die in de loop der tijd heel wat bespaard heeft op onderhoud. Top
De restauratie van de koepel (2005-2006) Terwijl op het eerste zicht niets mis leek te zijn met de staat waarin de koepel zich bevond, was van naderbij duidelijk dat de ‘tand des tijds’ voortgewoed had én sporen nagelaten had. Na een zware storm was een decoratief eindstuk van zijn oorspronkelijke hechtingsplaats losgekomen. Nader onderzoek wees uit dat het ingenieuze verankeringssysteem in ijzer was aangetast, waardoor het sierstuk loskwam. Andere loden sierelementen dreigen hetzelfde lot te ondergaan. Twee fragmenten van de oeils-de-boeuf werden reeds onderzocht en opgeborgen. Ook de nagels die de bekledingsplaten vasthechten, waren doorgeroest. Het lood vertoonde, vooral in alle kleine hoekjes, een groot aantal scheuren. Met veel vakmanschap werden ze één voor één gerestaureerd. Een nieuw beveiligingsysteem (een rail op een zo discreet mogelijke wijze bevestigd aan de loden kroonlijst) verhoogt de mogelijkheden tot later nazicht en onderhoud aanzienlijk. Alle ijzeren steunstructuren van de loden sierelementen werden systematisch vervangen door nieuwe, in roestvrij staal. Door de uitstekende kwaliteit van de loden gietsels, zorgde dit voor weinig problemen. Het was wel noodzakelijk om enkele elementen plaatselijk te verstevigen.Eén element bleek echter van een bedenkelijke, minder kwalitatieve makelij te zijn: een té snelle opwarming tijdens de fabricage had er voor gezorgd dat het loden sierelement zijn homogene structuur niet had kunnen verwezenlijken. De hierdoor ontstane kwetsbare delen hebben in de loop der tijd zwaar geleden onder de weersomstandigheden, met als gevolg een duidelijke degradatie van het gehele sierelement. Het werd dan ook volledig vervangen. Zoals meestal bij restauratiewerken bepaalde de verworven kennis over de uitvoeringswijze eveneens op welke manier het element kon worden hersteld. Het element bleek uit verschillende gegoten delen te bestaan die aan elkaar gesoldeerd waren tot één geheel. Het gieten had toen als voordeel dat het mogelijk werd om in serie te werken. Vandaag is deze uitvoeringswijze echter niet meer te verantwoorden als het om één enkel element gaat. Er werd dus gekozen om de opdracht toe te vertrouwen aan een gespecialiseerd atelier die door manueel lood te drijven het element na zou kunnen maken. Er werd een exacte kopie gemaakt in nieuw lood van 5mm. De werf zorgde ook voor enkele nieuwe ontdekkingen. Zo werd een koperen gedenkplaatje ontdekt dat verscholen was onder één van de sierelementen. Hét bewijs dat het loodwerk wel degelijk door een niet te verwaarlozen Franse firma werd gerealiseerd. Bij het verwijderen van de witte afwerklagen op de geschilderde ijzeren ramen van de oeils-de-boeuf werd een onderlaag in antracietgrijze kleur teruggevonden. Het vermoeden ontstond eerst dat het om een antiroest laag ging. Tot echter bleek dat dezelfde kleur eveneens aanwezig was op de houten elementen rond de ramen. De oeils-de-boeuf hadden oorspronkelijk hoogstwaarschijnlijk dus een grijze kleur, gelijkend op lood. Het iconografisch onderzoek dat volgde, bevestigde deze hypothese. En daarom werd beslist om de ramen opnieuw in deze grijze kleur te schilderen wat op visueel vlak het geheel (ramen en loden omhulsel) veel homogener maakt. De werken waren begonnen in augustus 2005 en lopen tot het najaar van 2006. De kostprijs van de restauratie van de koepel bedraagt 450.000 euro. Top
Onderhoud van het park De Regie der Gebouwen wees in 2009 het onderhoud van het federale park (zo’n 67,5 ha groot) voor 4 jaar toe aan een gespecialiseerde firma. Buiten het groenonderhoud worden de wandelpaden in dolomiet hersteld, worden bijkomende vuilnisbakken geplaatst, worden de zitbanken hersteld of vernieuwd, …en dit om tegemoet te komen aan de stijgende problematiek van zwerfvuil en de slechte toestand van de wandelwegen en zitbanken. De buxus in de Franse Tuin krijgt een grondige snoeibeurt zodat de symmetrie wordt hersteld. Dit is een eerste stap in de restauratie van de Franse Tuin. Een deel van het budget wordt gespendeerd aan nieuwe aanplantingen (bol- en knolgewassen, éénjarige planten,…). Top
Consolidatie van de archeologische site (hertogelijk kasteel van tervuren) De Regie der Gebouwen voerde na intens overleg met het Agentschap Onroerend Erfgoed consolidatiewerken uit op de archeologische site van het voormalige Hertogelijk kasteel. De struiken en het onkruid in de gotische zaal en de donjon werden opgeruimd. De muren zijn opnieuw gevoegd en beschermd en het metselwerk is gedemonteerd en teruggeplaatst. De muren zijn afgedekt met plantjes. Met de gemeente Tervuren wordt er een erfpachtovereenkomst afgesloten waarbij de gemeente instaat voor het beheer en de toeristische en culturele ontsluiting van de archeologische site. In 1781 gaf Keizer Jozef II de opdracht de residentie van Tervuren te slopen. Na 1830 bleven de overgebleven ruïnes van het eigenlijke kasteel bijna twee eeuwen lang onder de grond zitten. De eerste opgravingscampagne werd uitgevoerd van 1941 tot 1945. Een tweede campagne werd uitgevoerd van 1982 tot 1986. Daarna werd een deel van de ruïnes opnieuw veilig toegedekt. Top
Restauratie van de beeldengroep ‘Après le Combat’ De beeldengroep ‘Après le Combat’ van Charles Vicomte du Passage, op het voorplein van het Koloniënpaleis, is in zeer slechte staat. Daarom zal een beeldhouwer – modelleur er een exacte kopie van boetseren die daarna door een bronsgieter in brons wordt gegoten. De bronsgieter staat ook in voor de creatie van een draagstructuur. De beeldengroep ‘Après le Combat’ is uitgevoerd in gietijzer. Ze is 2,5 m hoog, 2,6 m lang en 1,6 m diep en wordt als één van de topwerken van Vicomte du Passage aanzien. Het beeld stelt twee herten voor die een gevecht op leven en dood hebben geleverd en waarbij de winnaar ten teken van zijn triomf met de kop hoog opgeheven over het slachtoffer staat. Top
Restauratie standbeeld Claudius civilus De Regie der Gebouwen liet een materiaalstudie opmaken van het standbeeld Claudius civilus. Het standbeeld stelt een Bataafse verzetsheld voor, die vocht tegen de heerschappij van de Romeinen. Het monumentale beeld is van de hand van beeldhouwer Johannes Ludovicus van Geel (Mechelen 1787 – Brussel 1852), beroemd om zijn ontwerp van de leeuw van Waterloo. Het beeld is gehouwen in ‘Pierre d’Hordain’-kalksteen uit de streek van Valenciennes. Deze zeer poreuze steen werd frequent gebruikt tijdens de Hollandse periode, o.a. in het paleis der Academiën te Brussel. Het beeld heeft sterk geleden onder de weersomstandigheden en is veel van zijn vormdetail verloren. Naast steenerosie is ook de schildering in marmerkleur praktisch volledig verdwenen. Bovendien werd het beeld zwaar toegetakeld en beschadigd door vandalen (een hand met Romeins kort zwaard of gladius is verdwenen). Dit maakt dat een eventueel reconstruerende restauratie hoogstens een benadering kan zijn. Het originele beeld wordt het best in een museum ondergebracht en in de plaats dient er een ‘benaderende’ replica te worden gemaakt voor plaatsing in het park. Top
Cafetaria ‘Aan de bootjes/bootjeshuis’ De concessie-overeenkomst voor de oprichting en uitbating van een bootjeshuis (cafetaria) aan de St-Hubertus-vijver werd op 30 november 2007 afgesloten. De nieuwe concessie is het gevolg van het afbranden van het voormalige bootjeshuis. De concessiehouder is verantwoordelijk voor de oprichting en de uitbating van het nieuwe bootjeshuis dat in november 2009 zijn deuren opende. Top
Technische fiches Restauratie koepel Bouwheer- leiding, coördinatie en toezicht: Regie der Gebouwen Ondernemingen: Six bvba en Entreprise Tong Kostprijs: 450.000 € Deze werken waren mogelijk dankzij de steun van de Nationale Loterij. Masterplan + Restauratie, renovatie en herinrichting van het Museumgebouw Eigenaar: Belgische Staat Opdrachtgever: Regie der Gebouwen Eindgebruiker: Koninklijk Museum voor Midden-Afrika Studieteam: T.V. Stéphane Beel Architecten + Origin Architecture and Engineering + Niek Kortekaas + Michel Desvigne + Arup NL + BB + RCR + Daidalos Goedkeuring schetsontwerp: september 2009 Indiening voorontwerp: december 2009 Goedkeuring voorontwerp: juni 2010 Start fase ‘ontwerp’: 1 juli 2010 Realisatie onthaalpaviljoen/ondergrondse galerij: 2011-2013 Renovatie/restauratie museumgebouw: 2013-2015 Kostprijs: 66,5 miljoen euro (studiefase + uitvoering werken Museumgebouw) Onderhoud van het park Eigenaar: Belgische Staat Opdrachtgever: Regie der Gebouwen Eindgebruiker: Koninklijk Museum voor Midden-Afrika Aannemer onderhoud park: NV Estate & Landscape Kostprijs/jaar: 911.394,99 euro incl BTW Oppervlakte: 67,5 ha Duur van het onderhoudscontract: november 2009 – november 2013 Consolidatie van de archeologische site (Hertogelijk kasteel van Tervuren) Eigenaar: Belgische Staat Opdrachtgever: Regie der Gebouwen Concessiehouder: gemeente Tervuren Termijn van erfpacht: 30 jaar Aannemer consolidatiewerken maart – oktober 2009: nv Pit Antwerpen Kostprijs consolidatiewerken 2009: 106.568 euro incl BTW Restauratie standbeeld Claudius civilus Eigenaar: Belgische Staat Opdrachtgever: Regie der Gebouwen Eindgebruiker: Koninklijk Museum voor Midden-Afrika Materiaalstudie: Lode de Clercq Cafetaria ‘Aan de bootjes/bootjeshuis’ Eigenaar grond: Belgische Staat Opdrachtgever: Regie der Gebouwen Concessiehouder: Singelé-Koekelberg Concessietermijn: 27 jaar Top
Publicatie TERVUREN,Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, Masterplan museumsite + Restauratie, renovatie en herinrichting van het Museumgebouw - PERSDOSSIER 23.10.2007 , Regie der Gebouwen, Persdienst, Brussel, oktober 2007. Top
|